Home > Producten en Diensten > Tips voor scholen

Betrokkenheid bij hoogbegaafdheid.

Wij begeleiden scholen en adviseren HB-commissies om hun betrokkenheid bij hoogbegaafdheid te vergroten. Onze ervaring en onderzoek leert dat scholen langs de volgende leerweg ontwikkelen:

Scholen verschillen in hun aandacht voor hoogbegaafdheid. Dat blijkt uit het onderzoek van Ir. C. Vreman (in 1997) naar hoogbegaafdheid in het voortgezet onderwijs, verricht aan de Universiteit Twente op verzoek van Pharos.
We hebben de scholen onderverdeeld in wat we noemen: stadia van betrokkenheid: stadium 0: niet betrokken, dus geen initiatieven, en stadium 6: zeer betrokken: geïntegreerd beleid.

Stadium 0: Geen initiatieven. De school in dit stadium zegt niets speciaals voor hoogbegaafden te doen. Op zo'n school vindt men de bestaande initiatieven voor differentiatie voldoende, om tegemoet te komen aan de behoeften hb-leerlingen. Op zo'n school zullen zeker leerkrachten zijn die zich wel met hoogbegaafde leerlingen bezig houden en hen uitdagen op niveau, maar de schoolleiding heeft die individuele initiatieven niet bij elkaar gebracht. De overheersende mening is dat ook deze leerlingen de lessen niet kunnen missen, dat ze buiten de school genoeg kunnen doen of dat er geen problemen zijn met hoogbegaafden, behalve in een enkel geval waar de school niets aan kon doen. Sommige hb-leerlingen op zulke scholen brengen hun dag dromend of spelend door: ze hebben een kwart van de studietijd nodig en worden lui. Ze verbergen hun talenten omdat ze anders in een isolement komen. Bij een enkele leerkracht vinden ze gehoor. In het hoger onderwijs lopen ze vast wegens gebrek aan studievaardigheden: ze hebben zich nooit leren inspannen.

Stadium 1. Voorbereidend.
Op de school zegt men in stadium 1 officieel iets te willen doen voor hoogbegaafde leerlingen. Een leerkracht heeft bijvoorbeeld een cursus of studiedag gevolgd. Misschien heeft die de opdracht gekregen informatie te verzamelen in de vorm van artikelen en boeken. Men zegt dit alleen bij navraag, en vermeldt het niet in de folders van de school. Het staat misschien in een beleidsvoornemen en er is een keer over gepraat. Misschien is die enkele leerkracht in een vak ook bezig met extra opdrach¬ten. Dat is iets wat altijd al gebeurde maar nu in verband gebracht wordt met hoogbegaafdheid. Het aantal hoogbegaafde leerlingen schat men veel te laag in.

Stadium 2. Aanspreekpunt.
De directie heeft in stadium 2 besloten iemand aan te wijzen die gaat over hoogbegaafdheid, zodat er een officieel aan¬spreekpunt is. Dat staat ook officieel vermeld in de school¬folders. Die zal dan bijvoorbeeld zeggen tegen ouders die er om vragen, dat de school bijzondere aandacht heeft voor hoog¬begaafden doordat die vooruit mogen werken en eigen opdrachten krijgen. Dat zal in een beperkt aantal lessen het geval zijn, want leerkrachten zijn niet te commanderen. Niet elke leerkracht vindt het nodig: zelf zijn ze er toch ook gekomen zonder extra voorzieningen! De kennis over hoogbegaafdheid is in dit stadium niet uitgewisseld, vooroordelen beheersen de discussie en de misverstanden zijn nog gangbaar.

Stadium 3. De HB-Werkgroep.
In stadium 3 heeft de schooldirectie aan een aantal docenten gevraagd zich te buigen over het thema hoogbegaafdheid en met voorstellen te komen. Dat kan ook zijn ingegeven uit concurrentie overwegingen. Die werkgroep gaat zich informeren binnen en buiten de school. Een enkel lid van de werkgroep voelt zich aangemoedigd om in de les enkele leerlingen toe te staan openlijk iets anders te doen en alleen de repetities mee te maken. Aan die leerlingen worden soms boekjes mee gegeven die voor de anderen te lastig zijn. Als de directie niet in de werkgroep zit en de werkgroep geen snelheid ontwikkeld kan het jaren zo doorgaan. Een enkele leerling mag een klas overslaan of een extra examenvak doen. De werkgroep zoekt naar leermateriaal omdat sommige leerkrachten menen dat het daar van afhangt. Zo'n werkgroep zoekt vaak contact met Pharos, met een speciaal adviesbureau of met enkele scholen in Nederland die iets doen op dit gebied. Soms heeft men contact met leerlin¬gen in de hogere klassen die als informatie-bron dienen. De nadruk ligt in de discussies op de belemmerende factoren: te volle klassen, te weinig tijd, ongeschikt materiaal.

Stadium 4. HB-projecten.
In stadium 4 is de school op één of meer plaatsen bezig in bestaande activiteiten ook iets te doen voor hb-leerlingen. In onderwijsexperimenten in onder- en bovenbouw, de voorbereiding op het studiehuis, in de brugklassen en studielessen. Snellere leerlingen mogen iets extra's doen in de vorm van projecten, soms andere een andere naam: plus-projecten. Zo'n school is er zich bewust van dat hoogbegaafden de kans lopen geïsoleerd te raken. Een uurtje per week krijgen ze een les over een bijzonder onderwerp met daarbij de opdracht iets meer uit te zoeken en daarover een verslagje te schrijven, soms in kleine groepjes. Soms mogen die leerlingen iets presenteren bij een spreekbeurt, wat etikettering en isolering van hb-leerlingen kan bevorderen. Dat is een vorm die in sommige vakken al meer dan 20 jaar gebeurd voor alle leerlingen maar niet onder deze noemer. Nu komt de school er meer nadrukkelijk mee naar buiten. De leerlingen die mee mogen doen, moeten wel eerst door de lerarenvergadering worden gewogen of genoeg hoge cijfers hebben. Ouders van leerlingen die meedoen krijgen apart voorlichting.

Stadium 5. Groeiend aantal.
In stadium 5 blijkt dat veel meer hb-leerlingen baat hebben bij zulke projecten, drie per klas is geen uitzondering. Er zijn meer afspraken nodig: over toetsing van hb-leerlingen, over toestemming om lessen te missen, over steun die deze leerlingen kunnen krijgen als ze vooruit werken, over activiteiten buiten de school waaraan deze leerlingen mogen meedoen. De school wordt trots op haar goede leerlingen en ziet daarin een bewijs dat ze talenten een kans geeft. De school begrijpt echter nog niet dat de meeste leerlingen zich tijdens de meeste klassikale lessen, gedurende de meeste tijd zitten te vervelen of andere dingen doen dan opletten. De school gaat zich (opnieuw) verdiepen in differentiatie-modellen: het draaideurmodel, het basisstof-verrijkingsstof model, in meer vakken examen doen, staatsexamens afleggen in de 4 en 5e klas. Met steun van buiten komt men tot nieuwe oplossingen, passend bij de sterke kanten van deze school. De aandacht voor hb-leerlingen werpt vruchten af. De school leert dat elke leer¬ling, ook elke hb-leerling, anders is en dat er voorzieningen te bedenken zijn om binnen het klassikale systeem creatief met talenten om te gaan.

Stadium 6. Geïntegreerd beleid.
Stadium 6 is bereikt als de school bekend staat om haar mogelijkheden voor hb-leerlingen en vanuit de wijde omtrek zulke leerlingen aantrekt. Er is wat geld en tijd voor hb-leerlingen beschikbaar. Er is een sterke taakgroep of commissie, gesteund door de directie, die kennis verzamelt en uitwisselt, die regelmatig collega-docenten informeert en uitdaagt om met initiatieven te komen, die contacten buiten de school legt met landelijke of regionale projecten waaraan leerlingen kunnen deelnemen. Ouders en hoger onderwijs zijn betrokken bij de initiatieven. De school vraagt de inspectie om aparte regelingen voor gespreide examens. Vooruit werken is slechts één van de vele mogelijke oplossingen. Er is een goed werkend leerlingvolgsysteem en een manier om zicht te houden op de afspraken die leerlingen met verschillende docenten maken. HB-leerlingen uit verschillende leerjaren ontmoeten elkaar regelmatig onder begeleiding en leren praten en omgaan met hun hoogbegaafdheid. Ze leren hoe anderen hen kunnen waarnemen, ze leren omgaan met jaloezie van medeleerlingen en volwassenen, ze leren sociale vaardigheden van elkaar, ze leren betweterig gedrag en kritiek op docenten te kanaliseren. HB-leerlingen krijgen bepaalde rechten, plichten en verantwoordelijkheden passend bij hun niveau, net als andere leerlingen. Het aantal leerlingen dat in aanmerking blijkt te komen neemt elk jaar toe: 10-30% per vwo-klas. Er komt onderzoek en een speciale brochure over de hb-aanpak om tegemoet te komen aan de vele vragen van andere scholen en ouders. Het is hier normaal om hoogbegaafd te zijn, net zo normaal als wanneer je goed in sport bent of in muziek: andere leerlingen zijn ook trots op deze leerlingen en hun prestaties, zonder zichzelf minder te voelen.